Home      Niet meer leverbaar      Onze juf verzamelt stenen
 

 

Titel: Onze juf verzamelt stenen
Auteur: Mariet Verbong
ISBN: 90-76043-19-1
Prijs: € 11,30
 

Fragment:
1
Kennismaken

Maandag.
De eerste schooldag.
Hij heeft een andere kleur dan alle dagen die nog gaan komen. Hij heeft de warme kleur van nieuw en van verwachting, van spannend en van wie weet; hij is dus vast helemaal oranje.
De juf is voor de jongens en meisjes van groep 7 net zo nieuw en jong als die eerste schooldag. Ze heeft rode krullen. Een heel hoofd vol. Bertje, de brutaalste van het hele stel, begint een liedje te zingen. "Meisjes met rode haren..." Een heel oud liedje. Ward trekt Bertje zo hard aan zijn t-shirt dat hij uit de rij vliegt en bijna tegen de grond smakt. Maar de juf met de rode krullen en de hele blauwe ogen doet alsof ze niets gehoord of gezien heeft. Ze laat de dubbele rij rustig naar binnen gaan. "Die kunnen kussen...," treitert Bertje op een veilige afstand van Ward. "Wie heeft jou dat prachtige lied geleerd?" vraagt de juf. "Mijn oma," roept Bertje overmoedig. "En mijn oma houdt niet van rood."
Intussen zijn ze het lokaal in gelopen. Op het middenbord staat in enorme letters 'WELKOM GROEP 7'. Op een tafeltje naast de deur staat een vaas met een hele bos rode rozen en op de vensterbanken prijken bruine aardewerk potten met vuurrode geraniums. "Ik hou dus wel van rood," zegt de juf en lacht. Zomaar. "Zoek maar een plaatsje."
Ward schiet op het stoeltje naast Dion. "Als je geluk hebt, mag je het hele jaar op die plek blijven zitten." Iedereen joelt en het is een herrie van jewelste. Ze stompen en slaan naar elkaar. "Hoe geluk?" roept Ward tussen al dat lawaai door. Het wordt op slag stil. "Als je je normaal gedraagt, hoef ìk niet in te grijpen," lacht de juf. "Gaaf!" schreeuwt Ward en de twee vriendjes slaan hun vlakke handen tegen elkaar. "Beloofd!"
Daarna beginnen ze pas echt aan de eerste schooldag. De juf geeft nieuwe schriften door. Twee voor rekenen, twee voor taal, en een voor opstel. "Het schrift 'om je gedachten in op te schrijven'" hou ik nog hier." Dat is iets nieuws; dat hadden ze nog niet eerder. Juf belooft het later in die week uit te leggen.
Op de eerste vijf schriften mogen ze zelf hun naam schrijven. Met de schoolvulpen die van het vorig jaar is meeverhuisd en gevuld met een verse patroon al in hun laatje ligt te wachten.
De schriften hebben kleurige kaften. Sommige zijn versierd met logo's van verschillende sporten; andere hebben hokjes met stripfiguren op de omslag.
Groep 7 neemt zich voor dit jaar geen ezelsoren aan de bladzijden te maken en binnenin heel netjes te schrijven. Zonder kladden of vegen. De cijfers precies in de langwerpige ruitjes. Alleen de 9 en de 7 hebben een staart tot in het ruitje eronder. Dat hadden ze zo geleerd. Maar of deze nieuwe dat weet?
"Mogen er wel cijfers onder het ruitje uit komen?" vraagt Suzan die alles altijd heel precies moest hebben.
"Natuurlijk," zegt de juf, "sommige cijfers laten zich nu eenmaal niet in één hokje vangen."
Op de lessenaar ligt nu alleen nog de stapel schriften 'voor je gedachten'.
Juf kijkt de klas rond. "Ik lees zo meteen jullie namen op," begint ze, "een voor een. Hoor je je naam dan kom je naar de lessenaar."
Op deze schriften schrijft juf zelf de namen van de kinderen van grope 7. Met prachtige letters in groene inkt uit een zilveren vulpen. "Weet ik tenminste hoe jullie precies heten."
Zelf heet ze Karla.
"Met 'K'. Denk erom."

Als om drie uur de zoemer gaat is 't eindelijk opgehouden met regenen.
"Kunnen we misschien woensdag al naar ons bos," zegt Ward als hij met zijn vriendje Dion naar huis loopt.
"Ze heeft van die prachtige lange oorbellen," zegt Dion dromerig terwijl ze bij de verkeersbrigadiers de drukke straat oversteken. "En hakschoenen die glimmen," voegt Ward eraan toe. "Onze Paul zal wel jaloers zijn."
Paul is zijn oudere broer die al studeert aan de Vervoersacademie in de stad. "Ja, hij zal jaloers zijn, denk ik. Zeker weten. Jammer dat hij vrijdag pas weer naar huis komt."
"En ze verzamelt stenen," zegt Dion terwijl hij tegen de witte kiezel van een oprit schopt, "maar wel hele aparte natuurlijk."
"Zeldzame stenen. Dion, weet je waar hele zeldzame liggen? In het gat in ons bos."
Ze blijven zo plotseling midden op de stoep staan, dat het meisje dat achter hen loopt tegen hen op botst. "Au, stommerikken," scheldt ze. Het is Josien. Boos kijkt ze de jongens aan. "Ik had wel kunnen vallen."
Ward krijgt een kleur. Hij is op Josien en wil voor geen goud een slechte beurt maken. "Sorry," roept hij, maar ze is al om de hoek van de straat verdwenen zonder ook maar één keer om te kijken.
"Bedoel je in de groeve?" vraagt Dion. "Daar hebben we toch niks aan. Daar mogen we niet eens komen!"
Maar daar heeft Ward zo zijn eigen gedachten over.

"Het wordt vast een kei-gaaf jaar," vindt Dion.
Hij klapt het tuinpoortje open.
"Kom je straks voetballen?"
"Oké."
Ward moet nog een klein stukje verder de straat in.
"Over tien minuten op het veldje."

 
   
 
   
 
   
©2009 Uitgeverij TIC