Home      Niet meer leverbaar      Limburg Wielerland
 

 

Titel: Limburg Wielerland
Van Cordank tot Van Heeswijk
Auteur: Wiel Verheesen
ISBN: 90-76043-61-2
Prijs: 16,90
 

Fragment:
WK 1967 hoogtijdag voor Heerlen én Merckx

"Zowel in sportief als organisatorisch opzicht slaagde het wereldkampioenschap 1967 in Heerlen voor honderd procent. In de historie van de stad werd het evenement qua uitstraling niet meer geëvenaard, allerminst overtroffen. Heerlen telde destijds 75.000 inwoners. Hoensbroek was tot de herindeling van ’82 nog een zelfstandige gemeente."
Deze woorden komen uit de mond van Otto Vandeberg in Heerlerheide. Al vele jaren genietend van zijn pensioen kijkt de vroegere directeur van de Heerlense Sportstichting terug op de titelstrijd. Niet alleen beroepshalve was hij heel nauw bij de organisatie betrokken. Behalve coördinator was hij secretaris van het dagelijks bestuur dat onder voorzitterschap stond van dominee Jan Knot, de Heerlense wethouder van sportzaken. Sjra Frencken, burgemeester van Voerendaal, fungeerde als vice-voorzitter, Jef Beckers en Jef Spreksel waren de penningmeesters. "Wij hadden ons verzekerd van vele medewerkers met de nodige kennis van wielerzaken. Daartoe behoorden de oudrenners Joep Franssen en Jan Lambrichs en de KNWU-officials Jo Förster en Joep Voots. Tevens werkte Willem Boss uit Beek, de organisator van de nationale kampioenschappen op de Adsteeg, mee evenals wielerclub Bleyerheide onder leiding van Andries Vincken. De duurste entreekaart kostte twintig gulden, maar daarvoor kreeg men dan ook een overdekte zitplaats bij start en finish op de Keulsebaan. Als ik mij goed herinner hadden wij een budget van een half miljoen gulden, ongeveer 225.000 euro. In de jaren zestig een fors bedrag. De gemeenten Heerlen en Voerendaal stonden in totaal voor honderdduizend gulden garant. Wij hebben er geen beroep op hoeven doen." Ten behoeve van officials, renners en begeleiders werden in een straal van vijftien kilometer zeshonderd hotelbedden worden gereserveerd, de overnachtingen van honderden persvertegenwoordigers niet meegerekend. Die moesten zélf hun plan trekken. Vandeberg: "Wij hadden een perscommissie waarin de Limburgse kranten alsook de Regionale Omroep Zuid met een sportredacteur waren vertegenwoordigd. Als ik het goed heb bestond de commissie uit Will Poulssen, Henk Gruwel, Sjra Sillen, Theo Vinken en Hub Mans." Het was nog de tijd dat Limburg vier zelfstandige kranten had, namelijk Limburgs Dagblad in Heerlen, De Nieuwe Limburger in Maastricht, Maas- en Roerbode in Roermond en Dagblad voor Noord-Limburg in Venlo.

De wedstrijd (265 km) werd niet uitsluitend op grondgebied van Heerlen verreden. Het parcours, dat 20 keer afgelegd moest worden, lag voor een deel in Voerendaal. Daartoe behoorde de beklimming van de Bergseweg tussen Kunrade en Ubachsberg. Op papier was deze helling ook de grootste moeilijkheidsfactor, maar volgens de renners konden de smalle en bochtige weggedeelten tussen Ubachsberg naar Benzenrade voor meer problemen zorgen, zeker als het ook nog eens flink zou waaien. Achteraf bleek het mee te vallen. De kampioensrit leverde Eddy Merckx zijn eerste van drie regenboogshirts bij de profs op. In een sprint tussen vijf man verwees de Belg onze landgenoot Jan Janssen naar de tweede plek. De Spanjaard Ramon Saez kreeg het brons, Gianni Motta, een Italiaan, werd vierde en de Brabander Jos van der Vleuten bezette de vijfde plaats. Deze klassering raakte hij niet veel later kwijt omdat hij bij de dopingcontrole een ‘positief plasje’ had ingeleverd. Behalve Jan Janssen en Jos van der Vleuten verdedigden Peter Post, Gerben Karstens, Jos van der Vleuten, Jo de Roo en de drie Limburgers Harry Steevens (Elsloo), Wim Schepers (Stein) en Jan Harings (Sibbe) de oranjekleuren. Jan Harings was in de ploeg gekomen als vervanger van Amstel Gold Race-winnaar Arie den Hartog. Niet alleen omdat Jan Janssen drie jaar eerder reeds de regenboogtrui veroverde behoorde hij opnieuw tot de grootste kanshebbers. Hij had in de maanden die aan de titelstrijd voorafgingen Parijs-Roubaix, Ronde van Spanje en het puntenklassement in de Tour gewonnen.

Niet hij, maar de Italiaan Gianni Motta was echter in de mondiale sportpers de meestbesproken man in de dagen vóór de wedstrijd. Het kwam door Motta’s speciale manier van voorbereiding. Het trainingsschema was ontworpen door dokter De Donato, een landgenoot van hem. Er werd beweerd dat de twee elkaar in de door Motta gewonnen Ronde van Zwitserland hadden leren kennen. De Donato had de trainingswijze van astronauten bestudeerd en daaruit zijn conclusies getrokken. Voor een renner kwam het volgens hem niet alleen aan op een bepaald leef- en voedingspatroon, maar ook op extreem lange oefentochten. Die zouden Motta in een zodanige staat van paraatheid brengen dat hij de koers op geen van zijn tegenstanders hoefde af te stemmen. Of er niets anders in het spel was bleef voor altijd een raadsel. Feit was dat de Italiaan reeds enkele minuten na het startschot de aanval koos. Hij hoefde zich immers van niemand iets aan te trekken! Jos van der Vleuten, Ramon Saez en de Engelsman Ronald Addy aarzelden niet en sloten aan. Hun voorbeeld werd gevolgd door … Eddy Merckx.

Zo was een kopgroep met enkele topfavorieten ontstaan op een moment dat vele duizenden fans nog onderweg waren naar het strijdtoneel. Toen de marge na een slordige 100 kilometer 2,5 minuut bedroeg vond Jan Janssen het welletjes. In zijn eentje begon hij de jacht op de vluchters die de moegestreden Ronald Addy waren kwijtgeraakt. Jos van der Vleuten liet zich terugzakken tot bij Janssen om vervolgens met hem aan het front terug te keren. Het peloton had toen vijf minuten achterstand. Een omvangrijke groep met Peter Post scheurde zich weliswaar nog los van de hoofdmacht, maar gevaar zat er voor de leiders niet meer in. Jos van der Vleuten zou voor Jan Janssen de sprint aantrekken. De kansen van Saez werden allerminst onderschat. Een paar maanden eerder had de Spanjaard in ‘zijn’ Vuelta een keer of drie het hele veld gevloerd. Zijn zelfvertrouwen was groot. Toen Van der Vleuten de eindrush inzette was het overigens niet Janssen die daarvan het meeste profijt had. Merckx himself nam het heft in handen. Op het moment dat Janssen rechts van de Belg alsnog wilde toeslaan kwam aan dezelfde kant ook Saez opzetten. Onze landgenoot koos daarop de linkerzijde van Merckx. Het verschil tussen de twee werd in de laatste meters steeds minder, maar de volgorde bleef ongewijzigd. Merckx zette Vlamingen en Walen in vuur en vlam. De kus die hij kreeg van zijn vriendin en latere echtgenote Claudine, een dochter van oud-profrenner Lucien Acou, was in miljoenen huiskamers te zien.

Een dag eerder hadden de vrouwen (53 km) en amateurs (198 km) om de mondiale titel gestreden. Twee keer klonk het Engelse volkslied. Beryl Burton toonde zich de beste bij de vrouwen, Graham Webb won bij de amateurs. De Brabander René Pijnen kwam met zijn derde plaats eveneens op het podium. Nationaal kampioen Ger Harings uit Sibbe legde beslag op de zesde plaats.
Weer een paar dagen eerder was de ploegentijdrit gehouden voor amateurs. De strijd tegen de klok vond plaats op de autoweg Heerlen-Born v.v. Het was de eerste keer in Nederland dat een autoweg afgesloten werd voor een wielerkoers. Zweden veroverde het goud. Hier zorgden de vier gebroeders Gösta, Tomas, Sture en Erik Pettersson voor. De Nederlanders speelden geen rol van betekenis. Piet Tesselaar kon al in de eerste ronde zijn metgezellen Gert Bongers, Rini Wagtmans en Joop Zoetemelk niet meer volgen. Meer dan een klassering in de middenmoot (een gedeelde elfde plaats met Spanje) zat er voor Oranje niet in.
Bij het opmaken van de balans bleken 150.000 toeschouwers de strijd in en rond Heerlen te hebben bijgewoond.
Wiel Verheesen

 
   
 
   
 
   
©2009 Uitgeverij TIC